Vrouwen, geschiedenis en politiek

Betekent een half-om-​​halfkabinet dat we kunnen ontspannen en achterover kunnen leunen? Niet bepaald, want er is nog te veel doen om het bij één overwinning te laten. Jasmijn duikt in de boeken en legtuit waarom dit niet het juiste moment is om te stoppen.

De maand van de vrouwengeschiedenis valt dit jaar samen met de Gemeenteraadsverkiezingen. En dat biedt een mooie gelegenheid om de thema’s vrouwen, geschiedenis en politiek eens onder de loep te nemen. De afgelopen eeuw zijn er flink wat overwinningen te vieren geweest voor vrouwen in de politiek, met de ongekende mijlpaal van een kabinet dat voor de helft uit vrouwen bestaat na de laatste parlementsverkiezingen. Mission accomplished, zouden sommigen misschien zeggen. Met een regering die uit evenveel mannen als vrouwen bestaat, lijkt seksegelijkheid in de Nederlandse politiek bereikt. Waarom blijft het dan voor vele feministische organisaties zo belangrijk om het aantal vrouwen in de politiek te bevorderen?


Als we het verleden erbij halen, is de combinatie vrouwen en politiek verre van een gelukkige combinatie. De centra van macht in Nederland en de rest van Europa worden van oudsher gedomineerd door mannen. Het is onder antifeministen een bekend argument dat de publieke ruimte en politieke ambten als in een natuurlijke orde de plek is van mannen, niet die van vrouwen. Maar het heeft er juist blijk van dat dit idee meer door onze cultuur is bepaald dan door onze biologie.


’s Werelds beroemdste classica Mary Beard legde dit vanuit historisch perspectief uit in haar bekende manifest Vrouwen & Macht. Ze stelt dat retoriek, discussie en in het openbaar spreken – wat allemaal moet bij politiek – al vanaf de klassieke oudheid onlosmakelijk is verbonden aan mannelijkheid. Vrouwen die het lef hebben gehad om hun stem te verheffen waren automatischerwijze androgyne monsters, ongewenste stoorzenders wiens gepraat werd vergeleken met dierengeluiden, en wezens die de natuurlijke orde zouden doen wankelen. Natuurlijk hebben we deze traditie niet helemaal van de Grieken en Romeinen overgenomen, maar het is wel eeuwenlang een belangrijke inspiratie geweest voor de Nederlandse en Europese politieke stadia. Sekse speelt daardoor nog steeds een belangrijke rol in de publieke ruimtes van machtscentra. Neem daarvoor maar eens een kijkje in kranten en op social media. Vrouwelijke politici wordt nog steeds ‘gemekker’ en ‘gekakel’ verweten, ze worden vaker het zwijgen opgedragen en ze ontvangen in de regel meer bedreigingen dan hun mannelijke collega’s. Er zijn dus mensen die als het ware nog steeds moeten wennen aan vrouwen in de politiek. De bevordering van hun aantallen zal daarbij zeker helpen.


Een andere koers is namelijk ook geen optie. De stemmen van vrouwen moeten worden gehoord in de politiek, want zonder hun aandeel, werkt wetgeving uit in hun nadeel. Zogenaamde ‘vrouwenzaken’ over voortplanting, arbeid en partnerschap, worden zelfs minder snel door de politiek opgepakt als er geen vrouwen in de Eerste of Tweede Kamer zitten. Twee meesterwerken uit de Engelstalige literatuur gaan over dit gegeven, waarbij de één het toont als historische realiteit, en de andere als mogelijke toekomst.


De eerste is The Tennant of Wildfell Hall van Anne Brontë uit 1848. Deze briefroman gaat over Helen Huntingdon, die haar zoon meeneemt en in een gehucht onder een schuilnaam een bestaan als schilderes opbouwt om haar overspelige en alcoholistische echtgenoot te ontvluchten. Brontë stelde vele aspecten van de scheve genderrelaties uit haar tijd aan de kaak in dit verhaal. Één van de belangrijkste waren de rechten binnen het huwelijk. Zonder vrouwelijke vertegenwoordiging in de Engelse politiek, was dit instituut bijzonder onderdrukkend voor vrouwen: de bezittingen die vrouwen mee het huwelijk in namen werden eigendom van hun echtgenoot, alsmede eventuele inkomsten die ze verdienden en de kinderen die uit de unie voortkwamen. Daarmee waren vrouwen die handelden als de fictieve Helen Huntingdon volgens de Engelse wet schuldig aan diefstal en konden hun echtgenoten zich beroepen op hun rechten om hun ‘eigendommen’ terug te krijgen. Dit veranderde juridisch gezien pas nadat vrouwen in Engeland na 1918 stemrecht en vertegenwoordiging in de politiek kregen. Dezelfde ontwikkelingen zien we in Nederland na de invoering van het vrouwenstemrecht in 1919. Wie we daar het meest om te danken hebben is wijlen Tweede Kamerlid namens de PvdA Corry Tendeloo (1897-1956). Zij was instrumenteel in het beëindigen van de ‘handelingsonbekwame’ status van gehuwde vrouwen en de afschaffing van de wet volgens welke vrouwen automatisch werden ontslagen uit ambtelijke functies wanneer ze in het huwelijk traden.


Het tweede boek is de dystopische speculatieve fictieroman The Handmaid’s Tale van de Canadese schrijfster Margaret Atwood uit 1985. Het verhaal gaat over Offred die in de Republiek van Gilead leeft, een door een theocratische groepering getransformeerde Verenigde Staten. Binnen hun nieuwe regime hebben vrouwen als Offred aanzienlijk gelimiteerde mensenrechten. Ze mogen niet schrijven, lezen, eigendommen bezitten of met geld omgaan. Offred en andere handmaids kunnen niet eens controle over hun eigen voortplantingsorganen uitvoeren: als de laatste vruchtbare vrouwen in een door vervuiling en radiatie vernietigde wereld, moeten zij hun lichaam en hun kinderen afstaan aan de leiders van de dictatuur.


Hoewel het verhaal fictief is, heeft Atwood het gebaseerd op waargebeurde politieke gebeurtenissen. De handmaids’ gebrek aan zeggenschap over hun voortplantingsorganen, verwijst bijvoorbeeld naar beleid in verschillende landen in de 20ste eeuw waarmee werd geprobeerd het bevolkingscijfer te verhogen. Pol Pot deed dit in Cambodja door massale aantallen gearrangeerde huwelijken en in Roemenië werd dit bewerkstelligd door anticonceptie onbeschikbaar te maken voor vrouwen. En de verplichting van Offred om haar kind af te staan aan de leiders was geïnspireerd door een aantal verschrikkelijke politieke projecten. Binnen het Duitse nazi-regime, het Spaanse leiderschap onder Franco en het Amerikaanse Indian Adoption Programme werden kinderen van etnische minderheden van hun moeders gescheiden en geadopteerd door witte families. Atwood gebruikte deze voorbeelden uit het verleden om twee redenen. Ten eerste dient de historie als bewijs dat de gruwelijkheden die in het boek beschreven zijn ook echt hebben plaatsgevonden en niet eens zo heel lang geleden. En ten tweede bewijzen de historische feiten Atwoods denkbeelden over macht, bovenal dat wanneer die ongecontroleerd is negatief uitwerkt op degenen die politiek het minst vertegenwoordigd zijn, waaronder vrouwen.


De restricties die verschillende staten in Amerika hebben doorgevoerd sinds het presidentschap van Donald Trump om de toegang tot abortus onmogelijk te maken, deed het internationale debat over de diepere betekenis van Atwoods boek weer oplaaien. De ontwikkelingen lieten velen wereldwijd zien dat de geschiedenis zich kan herhalen en dat vrouwen de rechten en de wetten die hen beschermen weer kwijtraken als de verkeerde mensen aan de knoppen zitten. Mission accomplished? We hebben een algehele politieke seksegelijkheid nog lang niet bereikt. Tot die tijd moeten we ten alle tijden een vinger aan de pols houden en het aantal vrouwen in de politiek bevorderen.

 

By Jasmijn Groot