©FEL 2020

Logo Design by Margot van Ark

FEL-le vrouw: Marthe Goudsmit

Marthe Goudsmit is in oktober 2018 begonnen met haar promotieonderzoek naar de strafbaarstelling van online seksueel misbruik. Dit promotieonderzoek, dat zij aan de University of Oxford uitvoert, borduurt voort op twee masterscripties die zij schreef in Leiden. FEL ging met haar in gesprek over wraakpornografie, victim blaming en de strafbaarstelling van het overkoepelende fenomeen: online seksueel misbruik.

Photo credit: Caecilia Rasch

Wat was voor jou de aanleiding om je promotieonderzoek (en daarvoor je scripties) te wijden aan online seksueel misbruik?

In 2014 vond ‘The Fappening’ plaats, een grootschalige hack waardoor de privé-afbeeldingen van honderden bekendheden - waaronder Jennifer Lawrence - op straat kwamen te liggen. Wanneer ik het hierover had met mensen in mijn omgeving, bleek dat we het grondig oneens waren over of je wel of niet naar deze gehackte foto’s zou moeten mogen kijken. Dat leidde tot heftige discussies met mensen die vonden dat het kijken naar deze foto’s niet zoveel kwaad zou kunnen – de foto’s waren immers toch al openbaar, slachtoffers merken er niks van als je naar de foto’s kijkt, etc. Ik kon me niet in die standpunten vinden, maar ik kon mijn standpunt niet goed (juridisch) formuleren. Het leek mij niet oké om naar deze foto’s te kijken omdat ze tegen de wil van de afgebeelde persoon openbaar gemaakt zijn. Ik ontdekte dat de Nederlandse wetgever onterecht ervan uit ging dat wraakpornografie strafbaar is in Nederland, en schreef mijn eerste scriptie daarover. Daarmee is het balletje gaan rollen, en omdat het zo’n nieuw onderwerp is, is er nog veel werk te doen.  


De Nederlandse wetgever heeft zich inmiddels ook gerealiseerd dat wraakpornografie in Nederland niet strafbaar is, en probeert een wet te ontwikkelen. Een wet opstellen is echter niet zo eenvoudig. De problematiek rondom online seksueel misbruik is ontzettend genuanceerd, alleen al in de terminologie: Ik hanteer de term ‘online seksueel misbruik’ als parapluterm voor verschillende fenomenen waaronder wraakpornografie, maar de term ‘wraakpornografie’ wordt door anderen ook vaak als parapluterm gebruikt. Om verwarring te voorkomen gebruik ik de term ‘wraakpornografie’ alleen om een specifieke vorm van online seksueel geweld aan te duiden, namelijk het geval dat een (ex)partner zonder toestemming een beeld deelt dat met toestemming gemaakt is. Het woord “wraak” in deze term is vrij ongelukkig gekozen, aangezien wraak lang niet altijd het oogmerk is en daardoor voor verwarring zorgt.


Een andere reden dat ik ‘wraakpornografie’ geen geschikte term vind, komt doordat de term ‘pornografie’ victim blaming in de hand werkt. Die term wekt de indruk dat het slachtoffer op een of andere manier wel degelijk wilde dat het beeldmateriaal openbaar werd; pornografie is namelijk per definitie zichtbaar, maar er is een groot verschil tussen een naaktfoto van jezelf maken en porno maken. Dat verschil is door de terminologie onduidelijk.


De Nederlandse wetgever is bezig met het ontwikkelen van een nieuwe strafwetbepaling, waarvoor het wetsvoorstel momenteel op tafel ligt. In dit wetsvoorstel ligt helaas veel nadruk ligt op het oogmerk van het toebrengen van leed – dat valt dermate moeilijk te bewijzen dat de wet al snel een lege huls is: in theorie is het dan mogelijk om ongestraft seksueel getinte afbeeldingen te verspreiden tegen de wil van degene die afgebeeld is, zolang de verspreider maar zegt dat hij de afbeeldingen ‘zo mooi vindt dat iedereen ze zou moeten zien’. Dit schuurt, en het wetsvoorstel is dan ook met enige kritiek ontvangen. Een beter alternatief ontbreekt echter.


Hoewel de tekst van het voorstel is aangepast, is deze daardoor ook onduidelijker geworden – dat in combinatie met het oogmerk van het toebrengen van leed en je hebt een nutteloze wet.  


Omdat er in veel landen wordt geworsteld met definitiekwesties wilde ik verder onderzoek naar een algemene definitie die in meerdere jurisdicties kan worden gebruikt. Het uiteindelijke doel van mijn onderzoek is om een handleiding voor wetgevers te ontwikkelen voor de strafbaarstelling van online seksueel misbruik.


Je houdt je al een paar jaar bezig met de problematiek. Zie je een verandering in de manier waarop de maatschappij kijkt naar dit type van online seksueel geweld?

Vier jaar geleden had de berichtgeving door de media een andere toon – slachtoffers waren dom omdat ze foto’s namen, en aan de dader werd niet gedacht. Je ziet nu dat de media zich meer aan de kant van het slachtoffer positioneren en dat het de dader eerder kwalijk wordt genomen. Dat lijkt me een positieve ontwikkeling, die er hopelijk toe leidt dat slachtoffers minder geconfronteerd zullen worden met victim blaming.


Hoewel ‘The Fappening’ gevolgen had voor desbetreffende beroemdheden, heeft deze gebeurtenis een andere impact op hun leven dan online seksueel misbruik heeft op niet-beroemdheden. Beroemdheden zijn bekend om méér dan het beeldmateriaal dat online circuleert – voor privépersonen is het beeldmateriaal hun volledige reputatie en is dus veel schadelijker. Privépersonen die slachtoffer worden raken vaak hun baan kwijt, durven niet meer naar buiten, raken geïsoleerd en plegen vaak zelfmoord.


Het is niet vreemd dat weinig slachtoffers hardop protesteren: hoe meer je je uitspreekt tegen de publicatie en verspreiding van jouw foto’s, hoe meer aandacht erop wordt gevestigd en hoe meer mensen dus zonder jouw toestemming naar het beeldmateriaal zullen kijken. Het is een vreemd verschijnsel, maar mensen willen altijd weten ‘waar het over gaat’ en gaan dus actief op zoek naar de foto’s van het slachtoffer, zelfs als ze op die manier bijdragen aan het probleem.


Een groot verschil tussen vrouwelijke en mannelijke slachtoffers is dat de vrouwelijke slachtoffers sneller te schande worden gezet. Ook zijn de daders van het ongewenst verspreiden van beeldmateriaal bijna altijd mannen. Wanneer mannen slachtoffer worden, kan dit net zo veel negatieve gevolgen voor hun hebben als het voor vrouwelijke slachtoffers heeft. Het is echter een feit dat het voor mannen vaak juist een positief effect op hun sociale status heeft.


Zolang er geen goede wetgeving en strafbaarstelling bestaat over dit onderwerp, blijft het erg makkelijk om de schuld in de schoenen van de slachtoffers te schuiven. Het geven van toestemming voor het maken van foto’s wordt nu (juridisch gezien) nog te vaak beschouwd als het geven van toestemming voor het verspreiden van de foto’s. De wetgever heeft daarin een grote rol, maar de taak van de maatschappij moet niet onderschat worden: ik denk dat bewustwording van belang is bij het keren van het tij. Wanneer de maatschappij zich beter realiseert dat het normaal is om naaktfoto’s te maken (en dus niet iets om een slachtoffer mee te shamen) en wanneer mensen die naaktfoto’s van anderen hebben zorgvuldiger met dat beeldmateriaal om gaan, denk ik dat we een groot deel van het probleem oplossen.


Hoe kunnen we dit proces bespoedigen?

Praat erover en zorg ervoor dat het tot meer mensen doordringt dat het kijken naar online seksueel misbruik een belangrijk onderdeel van het probleem is. Als niemand naar de foto’s kijkt, zijn de gevolgen voor het slachtoffer miniem. Ook moet je je realiseren dat het vrij normaal is om naaktfoto’s van jezelf te maken, en dat dat niet iets is om iemand kwalijk te nemen of noodzakelijkerwijs als ‘dom’ te beschouwen.


Een bespoediging van het onderzoek zelf kan overigens ook. Ik stuit voortdurend op het gebrek aan financiële middelen. Mijn promotieonderzoek is onbetaald en de universiteit van Oxford vraagt collegegeld, wat betekent dat ik voor vier jaar een flinke som geld moet neerleggen om het onderzoek te financieren. Omdat het onderwerp erg nieuw is, zijn er nauwelijks instanties die zich specifiek richten op het financieren van dergelijk onderzoek. Dit houdt in dat ik in grote mate afhankelijk ben van donaties. Dus, mocht je meer willen doen of weten en een bijdrage leveren aan het onderzoek, lees hier verder.


Fatima Jarmohamed