FEL-le vrouw: Sophia Blijden

Sophia Blijden is neerlandica en werkt als beleidsmedewerker bij de KNAW. Daarnaast organiseert ze Stories of Womanhood. Dit zijn avonden waarin aan de hand van creatieve kunsten (theater, Spoken Word, muziek, storytelling) verschillende perspectieven op womanhood naar voren worden gebracht. Ik sprak met Sophia over uiterlijk en schoonheidsidealen. 

Wie of wat heeft in jouw leven de grootste invloed heeft gehad op jouw schoonheidsbeeld?

Mijn huidige schoonheidsbeeld is pas gekomen op de universiteit. Daarvoor voelde ik mij altijd anders, dat ik niet paste en ook niet zo goed wist met wie ik het moest bespreken. Mijn hele omgeving was wit, behalve mijn zus maar met haar besprak ik dit soort onderwerpen toen niet. Mijn moeder is wit, met haar had ik het er niet over, ook omdat zij minder op mij leek qua uiterlijk. De familie van mijn vader woont op Aruba, die heb ik maar één keer gezien, dus zij waren ook geen rolmodellen. 


Toen ik naar de universiteit in Amsterdam ging, kreeg ik een vriendin met wie ik erover kon praten. Dat was de eerste keer dat ik gevoelens over schooonheidsidealen besprak en ze betekenis kon geven. En ik denk dat daar, en door in Amsterdam te zijn, ik mijn eigen waarde in ging zien. Die omgeving is gewoon anders dan Zoetermeer. Nu is het daar ook inmiddels meer divers, maar mijn schoonheidsbeeld werd gevormd door naar Amsterdam te gaan. 


Uiterlijk wordt vaak als instrument of politiek object gebruikt. Hoe zie jij dit?

Ik denk dat hoe je je lichaam ziet, heel erg ligt aan of je binnen een dominante norm valt of niet. Zo heb ik de vorige keer bij Stories een stuk geschreven over mijn ervaring om als meisje van kleur op te groeien in een witte omgeving en de invloed die dit had op mijn relaties. Doordat ik hier tegenaan ben gelopen, zet ik het politiek in. Dit komt doordat, als je bijvoorbeeld magazines doorleest of televisie kijkt, het dominante beeld wit is, en blond als mooi wordt gezien. Dus toen ik klein was, en niet binnen dat beeld paste, dacht ik ook: ben ik dan lelijk, of waar pas ik binnen dit beeld?’


Dit werd ook beïnvloed door mijn omgeving. Zo zeiden jongens vroeger dingen tegen mij als; ‘jij bent wel knap voor een zwart meisje’. Ik denk, op het moment dat je dit soort situaties meemaakt, dat je dat sneller meeneemt in bijvoorbeeld een performance bij Stories. Dus als je minder tegen je uiterlijk aan loopt, als belemmering, dan zul je het minder snel in hoeven zetten als politiek middel. 


De reflectie op een gebeurtenis vindt pas later plaats, niet terwijl je in de situatie zit. Mijn stuk bij Stories, had ik vroeger niet kunnen schrijven. Soms kun je er op het moment zelf geen woorden aan geven, dan is het meer een gevoel van ongemak. En soms geloof je het zelf ook nog en stel je er nog geen vraagtekens bij. Pas later kon ik er woorden aan geven, op een creatieve manier. 


Hoe ga je zelf om met een heersend schoonheidsideaal?

Ik denk dat ik vroeger veel meer met het heersende schoonheidsideaal mee ging. Dit werd ook sterk beïnvloed door de mensen om mij heen. Ik had bijvoorbeeld een relatie met een jongen die een bepaald schoonheidsideaal had, waardoor ik mijn haar ging stijlen omdat ik wist dat hij dat mooier vond. Dat is niet leuk ook om te horen. Maar ik paste mij aan, en droeg bijvoorbeeld ook veel make-up.  Als ik zonder was, vond ik mezelf niet meer mooi. Toen heb ik besloten een jaar geen make-up te dragen, omdat ik mezelf wilde waarderen. Dat heeft goed geholpen. Nu ga ik niet meer expliciet tegen het heersende schoonheidsideaal in, maar ik ben ook ouder. Je gaat je minder vergelijken met anderen, en steunt elkaar in plaats van jaloers te zijn. 


Iets wat ik vaak meemaak, is dat mensen op mij afstappen om te zeggen dat mijn haar leuk is. Dit is in principe leuk bedoeld, want het is niet negatief. Maar door het benoemen, zeg je dat ik afwijk van de norm. Het heeft een positieve intentie, maar heeft de onderliggende boodschap ‘echt anders’. Het resoneert met de vorige ervaring: ‘mooi voor een zwart meisje’. 


Denk je dat er vooruitgang zit binnen wat als dominante norm wordt gezien?

Ik denk dat de norm aan het veranderen is, maar ik denk ook dat ik in een bubbel zit. Dan zie je bijvoorbeeld de uitslag van de verkiezingen en realiseer je je dat er nog veel te doen is. 


Een norm veranderen is lastig. Pas als verandering geaccepteerd is, kun je impliciet over diversiteit zijn. Op het moment dat er gedaan wordt alsof een schoonheidsbeeld neutraal is, is het binnen de dominante norm. Zo ben ik ook opgevoed; doe maar normaal, dat is het fijnst voor iedereen. Voor mij voelt het namelijk niet neutraal. Benoem de norm expliciet om deze te doorbreken. 


Dat benoemen zie je nu wel steeds meer. Bijvoorbeeld over fatshaming, maar ook de nieuwe Nike campagne. Het is wel een stap in de goede richting. Als ik nu naar tijdschriften kijk, is het nog lang niet divers genoeg, maar al veel beter dan 10 jaar geleden. Social media helpt, want iedereen mag zijn of haar perspectief posten. 


Ik maak ook mijn eigen bubbel. Op een gegeven moment heb ik veel mensen ontvolgd van mijn Instagram. Als bepaalde beelden mij verdrietig maken, bijvoorbeeld van het alleen maar zien van mooie, afgetrainde, blonde, gemake-upte vrouwen, dan verwijder ik dat. Niemand voldoet aan dat schoonheidsideaal, geen enkele vrouw.  


Rebecca Spruijt

©FEL 2020

Logo Design by Margot van Ark