FEL-le vrouw: Laila Ait Baali

Laila Ait Baali is coördinator politiek van WO=MEN (spreek uit als: women equals men); het grootste genderplatform van Nederland. Laila zet zich als politiek lobbyist achter de schermen in voor gendergelijkheid en empowerment van vrouwen. Met een indrukwekkend positieve en daadkrachtige instelling werkt zij aan de gelijkwaardige positie van vrouwen in Nederland en internationaal. You’ve got Feminist Mail sprak met haar over feministische politiek, idealen en duurzaam feminisme.


Om te beginnen, wat is voor jou de kern van feminisme? Het belangrijkste voor mijzelf als feminist vind ik dat je je eigen idealen nooit moet verloochenen. Ik vind het bijvoorbeeld heel belangrijk dat ik openlijk moslima kan zijn. Ik gun anderen ook om hun keuzes in vrijheid te maken waarbij je in je waarde wordt gelaten. Ik zal mij nooit verbinden met een standpunt dat daar tegenin gaat. 


Jullie zijn het grootste genderplatform van Nederland, maar veel mensen zullen niet weten wat dit inhoudt. Kun je kort wat vertellen over WO=MEN? WO=MEN is een genderplatform dat is opgericht in 2006 naar aanleiding van 10 jaar VN Vrouwentop in Beijing (1995). Als genderplatform komt WO=MEN in en namens Nederland op voor gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen. Het begon als een los samenwerkingsverband van organisaties die keken naar de Nederlandse naleving op de actielijnen van Beijing. De organisaties maakten samen een schaduwrapportage naast de rapportage die het Ministerie van Buitenlandse Zaken naar de Tweede Kamer had gestuurd. We hebben deze samenwerking structureel gemaakt in WO=MEN als ‘waakhond’ voor de overheid. 


Wat houdt die ‘waakhondfunctie’ in?

We bestaan nu uit ongeveer 150 leden (onder andere diaspora-organisaties, vrouwelijke ondernemers, oud-militairen en vrijwel alle ontwikkelingsorganisaties) en het ondersteunende secretariaat.  Het secretariaat is onder andere een gesprekspartner van de ministeries van Buitenlandse Zaken (Taskforce Vrouwenrechten en Gendergelijkheid) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Emancipatie) en Tweede-Kamerleden. Dit zorgt ervoor dat we invloed uit kunnen oefenen op de politieke agenda. Ons doel is om vrouwenrechten en gendergelijkheid op de agenda te houden en ervoor te zorgen dat een genderperspectief meegenomen wordt in alle beleidsterreinen. Vooral op het laatste onderwerp is nog een wereld te winnen; genderbeleid is gefragmenteerd in Nederland.


Als Nederland het zelf niet goed doet op het gebied van vrouwenrechten en gendergelijkheid, verliest het zijn geloofwaardigheid op het internationale toneel. Bijvoorbeeld nu we weer lid van de VN mensenrechtenraad worden, waar onder andere vrouwenrechten en gendergelijkheid de speerpunten zijn. Dan moeten we er scherp op zijn dat er in Nederland ook kritisch naar onze eigen situatie gekeken wordt. Wij als genderplatform waken hiervoor.


Hoe zie jij de relatie tussen activisme en politiek?

Ik zie politiek als een vorm van activisme. Zelf denk ik dat je het niet los van elkaar kan zien. Meesten gaan de politiek in om iets te veranderen, om het land beter te maken voor iedereen, vanuit verschillende overtuigingen. Maar politiek betekent ook geven en nemen, zeker in Nederland.


Dat kan voor hardcore activisten als frustrerend en stroperig over komen. Maar Nederland is een land van polderen, dat vind ik juist heel mooi. We moeten niet onderschatten hoeveel werk er achter de schermen wordt verzet om een consensus te bereiken. Het uitgangspunt is “waar kunnen we elkaar vinden”, dus consensus zoeken zonder je idealen te verloochenen. Wij werken zelf met een aantal partijen uit principe niet samen (PVV en FvD). Als je in een politiek speelveld opereert, moet je voor jezelf een ondergrens formuleren.


Geloof je dat we ooit feministische politiek in Nederland zullen hebben?

Ik denk dat we nu in een fase zitten waar veel over feminisme wordt gesproken. Zowel door mannen en vrouwen wordt er steeds meer over nagedacht over de betekenis en inhoud van feminisme. Veel mensen zullen het erover eens zijn  dat de emancipatie nog niet voltooid is. Natuurlijk wordt er weleens lacherig over gedaan, maar ook binnen de politiek neemt feminisme op verschillende niveaus ruimte in. Ook zitten op steeds meer sleutelposities vrouwen die zich durven uit te spreken. Het is goed dat een minister, zoals minister Kaag zich openlijk feminist noemt en zich actief inzet voor vrouwenrechten en gendergelijkheid. Ik denk dat het niet lang meer duurt voor we een vrouwelijke minister-president zullen hebben.


Er zit beweging in feministische politiek: je merkt het  aan de backlash. Een teken dat bepaalde zaken en tradities ter discussie worden gesteld. Machtsposities worden niet langer voor lief genomen, terwijl veel van personen in traditionele posities deze graag willen bewaren. Ik zie de backlash als onderdeel van de verandering. Ik vind het ook bijzonder om te zien dat vrouwen in revoluties, zoals nu in Sudan en Libanon, een grote rol spelen. Internationale vrouwenactivisten die met gevaar voor eigen leven de politiek in gaan en vastgeroeste tradities in twijfel trekken. Maar als het dan gaat over de toekomst van een land, worden vrouwen weer opzij geschoven. 


Hoe kan activistisch feminisme meegenomen worden in het ‘alledaagse’ leven?

Ik denk dat feminisme veel inclusiever moet zijn. Waar feminisme zich eerst afzette tegen mannen, is dat nu niet meer zo. Feminisme heeft mannen nodig om verandering teweeg te brengen. Maar de inclusiviteit moet verder, nog meer intersectioneel. De zwarte-pietendiscussie kan je zien als deel van feministische principes. We willen dat mensen, ongeacht hun sekse, seksuele geaardheid, religie en ras, volwaardig mee kunnen draaien in een maatschappij. Als feminisme op die gronden gebaseerd is, kan het onderdeel uitmaken van een grotere beweging. Je moet altijd het gesprek aan blijven gaan. Wij als platform hebben juist de diversiteit van ons ledenbestand als kracht. Wij zoeken wat iedereen bijeenbrengt, waar we samen op kunnen trekken. Ik zie dat feminisme steeds meer inclusiviteit uitstraalt.


Rebecca Spruijt

©FEL 2020

Logo Design by Margot van Ark